Jeneverkaart

Taal/Language

Aan de wieg van de jenever stond de medicus Franciscus de le Boë Sylvius, die in 1614 geboren werd in het Duitse Hanau en van 1658 tot aan zijn dood in 1672 hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Zijn naam leeft nog altijd voort in het Sylvius Laboratorium.

Het zou deze Sylvius zijn die rond 1650 met ingrediënten uit de Hortus Botanicus in Leiden een vocht afdrijvend geneesmiddel samenstelde. Het goedkope drankje was bruikbaar voor diverse maag- en nierklachten. Over de werkzaamheid is niets bekend; veel gebruikers zullen op zijn minst tijdelijk verlichting van hun klachten ervaren.

Toen in 1650 jenever uitgevonden was, werden er ook veel ingrediënten uit de Apothekerstuin gehaald. Deze tuin was achter ‘Van Goyen Jeneverhuis’ gevestigd.

Als we het over jonge- en oude jenever hebben, gaat het niet om de leeftijd of de lageringstijd van de jenever. Het gaat hier om de oude en de jonge methode van het produceren van jenever. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er nauwelijks graan voor moutwijn beschikbaar. Het percentage moutwijn in de jenever daalde drastisch. Sommige drinkers betreurden dat; andere niet. Na de oorlog werden er daardoor in Nederland twee dranken populair, namelijk: ‘de jonge jenever’, die voornamelijk op neutrale alcohol was gebaseerd en ‘de oude jenever’, waarin volgens het vooroorlogse recept meer moutwijk was verwerkt. De klassieke jenever (uit 100% moutwijn) was inmiddels nauwelijks meer te krijgen.

Jonge jenever mag maximaal 15% moutwijn bevatten.
Oude jenever moet minimaal 15% moutwijn bevatten.
Korenwijn is kenmerkend aan zijn hoge mout percentage. Korenwijn moet namelijk minimaal 51% moutwijn bevatten.
Moutwijn is een destillaat die zijn alcohol 100% uit graan heeft verkregen.